Niet zo arm als je denkt

Over de rand van zijn bril kijkt een charedische (beter bekend als ‘ultraorthodoxe’) jongen met heimelijke interesse naar mij en mijn medepassagiers in lijn 78. Als ik terugkijk, verstopt hij zich achter zijn gebedenboekje. Ik verwonder me over het veelkleurige weefsel dat Jeruzalem heet. We delen dezelfde bus, dezelfde God en dezelfde stad en toch zijn we vreemden. Zo vreemd zelfs dat het een serieuze bedreiging voor de sociale samenhang in Israël vormt.


Niet alleen is er een gevoel van vervreemding, er zijn enorme sociaaleconomische verschillen. De cijfers van het Israëlische bureau voor de statistiek liegen er niet om: 53 procent van de ultraorthodoxe joden leeft onder de armoedegrens, tegenover 9 procent van de niet-charedische bevolking. Schrikbarende cijfers; en toch zijn charediem minder arm dan je zou denken. In deze paradox tussen officiële en reële armoede liggen voor ons, niet-charediem, waardevolle lessen die ik graag deel in een poging om een vreemde wereld iets minder vreemd te maken.


Les één gaat over slim consumeren. Charediem zijn niet erg merkgevoelig, gaan voor slow fashion en zijn niet bang voor een tweedehandsje. Supermarktketens met welluidende namen als ‘er is genade’ en ‘eeuwige vreugde’ bieden de charedische klant grote verpakkingen, een klein en op het seizoen gebaseerd assortiment en weinig A-merken. Buiten de supermarkten zet hetzelfde patroon zich voort: minder keuze, collectieve en uniforme aankopen, lagere kosten. Door veelvuldig gebruik van openbaar vervoer, schoolbusjes en carpooling, worden er in de charedische wereld vier keer minder auto’s gebruikt dan in de niet-charedische wereld. Vakantie kan via huizenruil. Wat wij kunnen leren? Inventief, duurzaam en bescheiden consumeren.


Les twee gaat over slim financieren. Gemachiem, verenigingen voor renteloze leningen, vormen de hoeksteen van de charedische gemeenschap. Vrijwel iedere charedische familie doneert maandelijks een klein bedrag aan het lokale gemach. Gezinnen die hebben bijgedragen toen de kinderen jong waren kunnen aanspraak maken op een flexibele, renteloze lening als hun kinderen trouwen en uit huis gaan. Op een vergelijkbare manier kan deze gemeenschap het zich veroorloven om grote synagoges te bouwen. Waar er in de niet-charedische wereld vaak eindeloos geëmmerd wordt over de realisatie van X of Y, wachten de charediem niet af totdat er iemand over de brug komt met een zak geld. Iedereen doet mee, in het klein, zonder discussie. Wat wij kunnen leren? Doelen die we onszelf als gemeenschap stellen, kunnen op inventieve wijze gefinancierd en gerealiseerd worden. Saamhorigheid is zo gek nog niet. Het collectief heeft kracht.


Les drie gaat over tevredenheid. Uit onderzoek blijkt dat charediem behoorlijk gelukkig zijn. Waar het gevoel van ontevredenheid onder niet-charediem ieder jaar stijgt onder invloed van onder andere sociale media, wordt de charedische samenleving daar minder aan blootgesteld en is ze losgekoppeld van de race naar het meer, meer en meer. De geest is de norm is, niet het wereldlijke. Het eeuwige overstijgt het tijdelijke. Trend is maar trend. De les voor ons? Focus en perspectief. Waarderen wat je hebt.


Samenvattend: Ja, de uitdagingen zijn enorm. En toch zijn er altijd lessen te leren; uit verschillen, paradoxen en al het andere. Hoe groter het begrip, hoe kleiner de vervreemding. Zo hobbelen we gezamenlijk door de straten van Jeruzalem: vele werelden, één Israël.


Deze column verscheen eerder in het Nederlands Dagblad van dinsdag 26 april.