Choepa-Gestuntel

Mijn Israëlische man heet Moshe. De Jan of Klaas onder de Hebreeuwse namen. Als keurige burger deed hij dienst in het leger en draagt hij zijn belastingcentjes af. Alles in kannen en kruiken, totdat hij mij leerde kennen en met mij wilde trouwen.


De halacha, de joods-religieuze wet, geeft voorschriften over het sluiten en ontbinden van huwelijken. Dat heeft behoorlijke gevolgen, omdat religie en staat niet bepaald gescheiden zijn in Israël. Zo schrijft het Israëlische familierecht voor dat een huwelijk alleen voltrokken kan worden via een beperkt aantal erkende religieuze instanties en is er geen voorziening voor een burgerlijk huwelijk. Joden trouwen met joden, moslims met moslims en christenen met christenen. Als je niet onder één van deze instanties valt, kun je in Israël niet trouwen en gemengde koppels, zoals wij, kunnen dat evenmin.


Met ons zijn er naar schatting zo’n 400.000 Israëli’s die volledige staatsburgers zijn, maar niet in Israël kunnen trouwen. Het grootste deel van dit probleem is terug te voeren op de Wet op de Terugkeer. Deze wet definieert - in antwoord op nazi-bepalingen - dat iedereen die minimaal één joodse grootouder heeft, het recht heeft het Israëlische staatsburgerschap te verkrijgen. Volgens de halacha ben je echter pas joods als je moeder joods is. Zo zijn er dus vele Israëli’s die buiten de religieuze kaders vallen en daarom niet kunnen trouwen. Dat is krom.


De omwegen die bewandeld worden om toch te kunnen trouwen zijn eveneens krom. Naast bekering en een zeer beperkte voorziening voor een ‘burgerlijke unie’, is trouwen in het buitenland ook een optie. Cyprus is met name populair. Zogenaamde ‘marriage cruises’ vertrekken ‘s ochtends vanuit één van de Israëlische havens. Er wordt gefeest tijdens de boottocht, een civiele ceremonie vindt plaats op het eiland en het paar komt gehuwd terug naar Israël. De papierkraam wordt vervolgens aan de burgerlijke stand overlegd en voilà, officieel gehuwd volgens de Israëlische wet. Na enig trammelant kozen ook wij voor de optie buitenland, maar dan zonder de cruise. Je bent namelijk niet zomaar jood-af of jood-aan. Dus werd het één keer civiel in het mooie Amersfoort, één keer voor de kerk en één keer voor de vorm en het feest in Jeruzalem, met een protest-rabbi erbij. De ambtenaren bogen zich over de formulieren en we kregen het stempel ‘getrouwd’. Mazzel tov!


Maar waarom voorzien de Israëlische autoriteiten niet in een faciliteit voor een burgerlijk huwelijk, als ze die wel accepteren als hun burgers in het buitenland trouwen? Tegenstanders beroepen zich op de bescherming van het joodse karakter van de staat. Dit lijkt me echter geen afdoende reden. Een burgerlijk huwelijk is geen sluipweg voor niet-helemaal-joden om stiekem het jodendom binnen te dringen. Evenmin wordt geëist dat het burgerlijk huwelijk de norm wordt.


Wat nu? Onder de regering-Bennett-Gantz is het politieke klimaat in Israël sterk veranderd. De ultra-orthodoxe partijen maken voor het eerst in lange tijd geen deel meer uit van de coalitie. Daar ligt een prachtige kans om de huwelijkswetgeving te herzien. Als je naar Israël kunt verhuizen, in het Israëlisch defensieleger voor Israël kunt vechten, medailles en onderscheidingen kunt winnen voor Israël, dan zou je in Israël moeten kunnen trouwen. Punt.



Deze column verscheen eerder in het Nederlands Dagblad van woensdag 23 maart.